‘Hi! Ik deel graag goed nieuws…’
‘Hi! Ik deel graag goed nieuws…’
Ik zit in de trein als ik dit appje van Kim* krijg. Zij is één van de zes deelneemsters van het schrijfexperiment dat ik op dat moment uitvoer voor mijn afstudeeronderzoek. Kim is, net als de andere vrouwen in de groep, als kind seksueel misbruikt.
Vier achtereenvolgende woensdagavonden komen we als groep bijeen en geef ik ze diverse schrijfopdrachten. Wie dat wil mag daarna de eigen tekst voorlezen. Daarna gaan we over het thema van die dag in gesprek. Met dit schrijfexperiment onderzocht ik welk effect schrijven heeft op de zingevingservaring van vrouwen die als kind langdurig seksueel misbruik meemaakten. Het is mijn afstudeeronderzoek voor de opleiding tot geestelijk verzorger aan de Rijksuniversiteit Groningen, en verenigt alles waar ik me al lange tijd mee bezighoud: zingeving, schrijven en het thema seksueel geweld.
Het schrijfexperiment is amper drie weken gaande als Kim me haar appje stuurt. Ze schrijft dat een van de schrijfopdrachten ‘enorm was blijven plakken’, en dat ze de door haar geschreven tekst had meegenomen naar haar therapeut. Die therapeut reageerde hier gelukkig heel goed op, en door samen dieper op het onderwerp en de bijbehorende pijn in te gaan, kon Kim een volgende stap in haar herstelproces zetten. ‘Ik kon mijn masker laten vallen’, schrijft ze, ‘wat eigenlijk weinig tot nooit gebeurt’.
Bij het lezen van Kims berichtje krijg ik instant kippenvel. Omdat ik het haar zo enorm gun, die belangrijke stap vooruit. Wat is dit bijzonder, denk ik dan, en ineens volgt het besef dat ik met iets waardevols bezig ben. Wat mij betreft is mijn onderzoek op die bewuste dinsdagochtend al geslaagd – terwijl het meeste werk dan nog moet komen. Ik app Kim terug hoe trots ik op haar ben en hoe fijn ik het vind dat ze deze stap heeft kunnen maken.
We zijn nu driekwart jaar verder en ik ken inmiddels alle resultaten van mijn onderzoek. Uitkomsten die ik nooit had durven dromen. Ja natuurlijk, ik had het vooraf gehóópt. Ik hoopte dat de door mij ontwikkelde schrijfmethode een positief effect zou hebben op de vrouwen in mijn experiment. Al was het maar een piepklein positief effect. Maar het bleek veel meer dan dat. Het succes van Kim waarover ze appte was namelijk niet haar enige. Zo zei ze tijdens het afrondende gesprek onder andere: ‘Ik ben in deze schrijfgroep méér met mijn gevoel in contact gekomen dan de vier jaar bij mijn therapeut’. En dat was nog maar het begin van de bijzondere reis die ze ná het experiment heeft afgelegd – en nog steeds. Ook de andere deelneemsters van de schrijfgroep hebben tijdens en na het experiment belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt.
Ze vonden erkenning. Herkenning. Deelden. Heelden. Besloten dat het anders moest. Namen dappere stappen, hakten knopen door. Bestreden de eenzaamheid, de schaamte en het schuldgevoel. Ze lachten. Werden boos. Huilden en scholden (wat een kut-opdracht!). Ze vonden verbinding met elkaar. Groeiden, bloeiden en beseften: ik ben belangrijk, ik mag er zijn.
Deze bijzondere resultaten sterken mij in mijn missie om via schrijfinterventies bij te dragen aan zingeving van vrouwen die als kind seksueel misbruikt werden. Achter de schermen werk ik hier al langere tijd aan en in het eerste kwartaal van het nieuwe jaar lanceer ik de eerste interventies. Zo, the word is out.
Wordt vervolgd.
*Kim is niet haar echte naam. Deze blog is met haar toestemming gepubliceerd.