‘Tot de laatste sessie heb ik het woord seksueel misbruik vermeden. Op het einde dacht ik: ja, kom op, dit is het gewoon. Niet lullen, niet om de hete brij heen draaien.’

Lieke* was een van de deelneemsters in mijn schrijfgroep voor vrouwen die als kind seksueel misbruik meemaakten. De eerste drie bijeenkomsten nam ze het woord misbruik niet in de mond, bang dat de anderen haar een ‘drama-queen’ zouden vinden. Bang dat hetgeen haar als klein meisje is aangedaan deze naam niet mag dragen. Maar tijdens de laatste bijeenkomst zei ze het dan toch. BAM! Daar was het dan, out in the open. Eindelijk durfde Lieke haar eigen verhaal te erkennen, en het de naam te geven die erbij hoort: misbruik. En het mooie was dat ze onmiddellijk steun van de rest kreeg. Niks drama-queen.

Het onzegbare uitspreken is van groot belang als het gaat om helen na seksueel misbruik. Helen begint misschien wel met erkenning. Maar erkenning geven aan wat jou is aangedaan is ontzettend moeilijk. Krijg het woord ‘misbruik’ je strot maar eens uit als het over jezelf gaat. Of specifieker: ík ben misbruikt. Want als je dat zegt, dan is het echt. Dan bestaat het ineens en moet je er wat mee, samen met het bijkomende schuldgevoel, de angst, de schaamte en al die andere gevoelens en gedachten. Het erkennen van je eigen verhaal wordt nog eens extra moeilijk als mensen in jouw omgeving je niet geloven, je verhaal ontkennen (zoals bij Lieke), bagatelliseren of zeggen dat je het verleden beter kunt laten rusten.

Dat Lieke moeite had om te erkennen dat zij als kind seksueel misbruikt is, staat niet op zichzelf. Ik hoor het bij veel slachtoffers die ik spreek. Ook als het gaat om een eenmalige verkrachting in de tienertijd of in de volwassenheid, vinden slachtoffers het moeilijk om er het ‘juiste’ woord aan te geven. In veel gevallen is een steunende omgeving, een goede therapeut of het verhaal van een lotgenoot nodig om tot het besef te komen dat het wel degelijk misbruik was, of verkrachting.

Is dit besef, eenmaal aanwezig, altijd blijvend? Niet per se. Zelfs na jarenlange therapie waarin het misbruik veelvuldig is besproken en behandeld, kunnen slachtoffers twijfelen; Was het wel écht? Heb ik dit niet allemaal verzonnen? Of: Misschien viel het wel mee en was het iets anders. Ook al zijn er bewijzen, bijvoorbeeld in de vorm van foto’s van het misbruik of een veroordeling van de pleger, de twijfel kan zo nu en dan keihard toeslaan.

Wat op die momenten essentieel is, zijn lieve, steunende anderen. Bij wie je mag blijven aankloppen. De mensen die zonder oordeel naar je luisteren, zeggen dat het misbruik niet jouw schuld is. Mensen die jou geloven en je steunen – wat er ook gebeurt. 

Hoe krachtig dit is, laat het verhaal van Lieke zien. De fijne en begripvolle reacties uit de schrijfgroep betekenden een bijzonder moment in haar helingsproces.‘De steun voelde wel wat onwennig’, vertelt ze, ‘omdat ik dat normaal niet gewend ben. Ik ben gewend om mijn verhaal continu te verdedigen door de beschuldigende reacties uit mijn directe omgeving. Toen het bezonken was en de steun van de schrijfgroep indaalde voelde ik me sterker. En misschien het belangrijkste gevoel is dat er een stukje eenzaamheid is afgenomen daardoor. We zijn samen als groep aan de slag gegaan met het schrijven en delen. Ik ben niet meer alleen.’
Helen na seksueel misbruik begint met erkennen. Door jezelf én de ander. En ben jij zelf niet degene die het misbruik heeft meegemaakt, wees dan alsjeblieft die lieve, steunende en begripvolle ander. Je maakt er een enórm verschil mee.

 

*Lieke is niet haar echte naam. Deze blog is met haar toestemming gepubliceerd.